Reistips Toscane deel 1

Eerder schreef ik al een blog over de Toscaanse oude én nieuwe wereld. Afgelopen september maakte ik er een leuke roadtrip en kwam langs de mooiste wijnhuizen.  Ik ben zo’n type die enorm kan genieten van de voorpret naar een vakantie en zoek dan ook graag tot op de details alles uit. Ik maak uitgebreide lijstjes met restaurantjes waar ik wil eten, lees tips en blogs van anderen en maak waar nodig al een reservering. Ja, ik ben dus best wel een beetje planmatig maar prettig gestoord. Maar jij kunt er wel je voordeel mee doen als je ook nog eens naar Toscane wilt afreizen · Onze roadtrip in Toscane hebben we in 3 stops ondergebracht: 5 nachten in het hart van de Chianti Classico, 4 nachten op het eilandje Elba en 4 nachten in de omgeving van Lucca. In deze blog neem ik je mee op wijnreis naar de Chianti Classico en deel mijn eerste 5 tips met fotoverslag. Dus lees snel verder voor alle reistips Toscane en een Wijnreis in het Chianti Classico gebied. 

1. Hotel la Riva – Laggo Maggiore

We begonnen onze vakantie echter met een tussenstop aan het noordelijkste puntje van het Laggo Maggiore. Perfecte plek om na een lange autorit even bij te tanken. We overnachtten in het simpele maar prima hotel La Riva. Het heeft een directe ligging aan het meer en een fijn restaurant. Prima begin dus.

2. Marchesi Antinori

De volgende ochtend vroeg door, omdat ik in al mijn enthousiasme het een goed idee vond om dan onderweg alvast bij het eerste wijnhuis te stoppen. We hebben bij Antinori op voorhand al een reservering gemaakt voor een rondleiding en proeverij. Zonder reservering is er namelijk een grote kans dat je alleen in de winkel kunt proeven en kopen, maar het wijnhuis zelf is al zo imponerend dat zelfs dat een bezoek waard is. Antinori is een van de grootste wijnhuizen in Toscane en heeft ook buiten de Chianti Classico locaties en wijnvelden. Een van de befaamde wijnen die hier vandaan komt is de Tignanello. Een super tuscan (wat dat is lees je hier) in al haar glorie en hier voor een ‘prikkie’ te koop. Kon ik dus ook niet laten en deze rakker ligt de komende jaren te wachten op een mooi moment.

De rondleiding geeft je letterlijk een kijkje achter de schermen. Je ziet hier van ruimte tot ruimte de verschillende stappen in het vinificatie proces voorbij komen, maar je ziet ook waar de verdiende centjes van die Tignanello in zijn gaan zitten. Echt een geweldig luxe wijnhuis. De rondleiding wordt afgesloten met een proeverij van 3 glazen. Waarschijnlijk omdat wij de basic tour hebben geboekt kregen we de instap wijnen van het huis te proeven maar ook deze zijn al erg goed.

Als je besluit om hier heen te gaan, ga dan alsjeblieft ook gelijk eten bij restaurant Rinuccio 1180. Ook als je geen tour wilt doen is dit een dikke aanrader, omdat je dan wél de architectuur van dit wijnhuis kunt aanschouwen. Boven op het wijnhuis gelegen heb je hier een fantastisch uitzicht op de vallei en je kunt er natuurlijk heerlijk eten. Ook hier geldt: echt even reserveren.

3. Steden, dorpjes, heuvels

Als je naar Toscane gaat ‘moet’ je natuurlijk ook het een en ander zien. Met het motto ‘nu we er toch zijn’ gingen we de steden en dorpjes af. Volgens het ANWB boekje (ik verzamel ANWB reisboekjes) kun je niet zeggen dat je in Toscane geweest bent zonder naar Florence te zijn geweest. Oké, je moet er heen zodat je het kunt afstrepen, maar heel bijzonder vond ik het niet. Je kunt er leuk winkelen en het heeft schattige afgelegen straatjes.. maar het redt het by-far niet van andere Italiaanse steden.

Siena daarentegen.. wat een plek! Groots en romantisch tegelijk. Wij struinden er een ochtend door de straatjes en genoten van een lunch bij Gino Cacino di Angelo, een slagerij mét groot wijnassortiment.  Ook echt een aanrader zijn de dorpjes Volterra & San Gimignano. Een stuk kleiner en al een stuk minder druk dan de steden.

4. Quercetto di Castellina 

Compleet het tegenovergestelde van Antinori is dit de reden waarom ik wijnhuizen bezoeken écht leuk vind. Een kleinschalig wijnhuis met veel persoonlijke aandacht als je er langs komt. We werden ontvangen door de eigenaar en wijnboer himself en kregen van zijn vrouw gelijk een glas rosé in onze handen. Hij verzorgt zelf een privé rondleiding waardoor je veel gedetailleerde uitleg en vragen kunt stellen. Vervolgens werd op het terras een uitgebreide lunch geserveerd die door –heel cliché- la nonna, de moeder van de wijnboer is bereid. Uiteraard mét bijpassende wijnproeverij. Naast de rosé maken ze ook een viognier wat bijzonder is voor Toscane. Natuurlijk ook genoeg rode wijnen die enorm in de smaak vallen en we dus zeker wat van meenamen.  Het wijnhuis Querceto di Castellina is door de gastvrijheid echt een aanrader en ook nog is voor een prima prijs.

5. Agriturismo Podere di Casalta

Onze uitvalbasis voor deze eerste dagen was een fijne agriturismo in Castellina in Chianti. De keuze is reuze als je naar een agriturismo gaat zoeken in Toscane maar helaas vind je vaak veel oude meuk óf iets onbetaalbaars. Podere di Casalta zit daar precies tussen in. De luxe die je wilt op vakantie met de authenticiteit van een agriturismo. Afgelegen tussen de wijnvelden, compleet vernieuwd en mét een fijn zwembad. Als restaurants in de omgeving kan ik je Albergaccio di Castellina of Foresteria Villa Cerna aanbevelen.

Hopelijk heb je wat aan deze reistips voor een bezoek aan Toscane en een wijnreis naar Chianti Classico. 

Benieuwd naar meer reistips voor Toscane? In een tweede blog beschrijf ik de tips op Elba, een tussenstop op Bolgheri en het gebied omtrent Lucca en Pisa. Meld je aan voor nieuwsupdates zodat je op de hoogte bent van de nieuwste blogs en tips.

Liefs,

Kirsten

Toscane – Oude én nieuwe wereld

Heeft Toscane– wat mij betreft hét Italiaanse wijnwalhalla überhaupt een introductie nodig? Het glooiende landschap met alle kleine dorpjes, kastelen, wijnhuizen en enorme wijngaarden blijkt een fantastisch gebied te zijn voor het maken van (kwaliteits)wijn. Er komen 11 wijnen uit de hoogste DOCG classificatie en 39 DOC’s. Totaal is het gebied goed voor ruim 660/k hectoliter wijnopbrengst per jaar. In deze blog neem ik je mee in de achtergrond van de oude- en nieuwe wereld in Toscane.

Sangiovese: de koning van Toscane

Ruim 70% van de Toscaanse wijnen is rood en wordt gemaakt van het meest aangeplante blauwe druivenras in Italië: de Sangiovese. En precies in dat mooie Toscane heeft die druif het onwijs naar zijn zin door onder andere het leisteen en kalksteen waar de druiven het zo goed op doen. De druif is meerdere keren gekloond en daarom wordt bijvoorbeeld de Chianti Classico van een andere variant gemaakt dan de Brunello. Typische aroma’s die je uit een sangiovese wijn kunt halen zijn kers, zoete balsamico en oregano. Ook vind je er soms wat koffie en gestoofde tomaat in terug. 

 

Super Tuscans

Lange tijd heeft Toscane bekend gestaan om eenvoudige en goedkope wijnen. Twee wijnhuizen in de streek besloten het echter over een andere boeg te gooien door te experimenteren met andere druivenrassen. De eisen voor het maken van Toscaanse wijnen zijn strikt waardoor enkele wijnmakers graag andere wijnen gingen maken. Dit heeft er voor gezorgd dat de Toscaanse wijnen een nieuw imago kregen en de wijnbouw een flinke impuls kreeg. Echter om dat soort experimenten uit te kunnen voeren moesten de wijnmakers wel genoegen nemen met een lage IGP classificatie. Dat geeft echter veel vrijheid en dat kun je duidelijk merken aan de wijnen. Er wordt namelijk veel gebruik gemaakt van Franse druivenrassen als merlot, cabernet sauvignon, cabernet franc en syrah.

Speciale vermelding in deze ontwikkeling verdient de naam Sassicaia. Deze wijn heeft een grote invloed gehad op de kwaliteitsontwikkeling van Toscane. De eigenaar van het landgoed Tenuta San Guido was toen al een groot bordeaux liefhebber en besloot in 1944 de wijngaard Sassicaia aan te planten met de cabernet druif. Het heeft een kleine 25 jaar gekost om er een top wijn van te maken maar toen hij eenmaal ontdekt was ontstond er een ware revolutie in Toscane. Ooit werd de wijn geclassificeerd in de laagste ranking (Vino da Tavola) maar sinds 1994 is het een DOC wijn.

Sassicaia was (en is nog steeds) een innovatieve wijn voor Italië. In Toscane overheerste altijd en overal de sangiovese druif, wat vaak ook verplicht is bij de DOC(G) classificatie. Ook ging Sassicaia experimenteren met een lagere opbrengst druiventrossen, iets wat veel wijnboeren niet begrepen. Hoe meer trossen, hoe meer opbrengst was het credo. Niet rekening houdend met de complexiteit die kan ontstaan als je er voor kiest om minder druiven te laten groeien. Daarnaast was men gewend grote Slavonische eikenhouten vaten gebruiken in plaats van bariques (frans eikenhout). In een super tuscan proef je vaak naast de bekende kersensmaak ook leer, vanille en mokka. 

Het oude hart: Chianti Classico en Chianti

Lange tijd werd chianti alleen van sangiovese druiven gemaakt. De wijn was echter vaak erg zuur en had (te) veel tannine. Wijnmaker Ricasoli begon met experimenteren met blends waar zelfs witte druiven werden gebruikt in rode wijn. Hierdoor werd de wijn lichter en gemakkelijker drinkbaar. Ook introduceerde ze de governo methode waarbij een tweede gisting plaatsvind om zoete ingedroogde druiven aan jonge wijn toe te voegen. Ook dit maakte chianti’s zachter en jonger drinkbaar. 

De producenten van het oorspronkelijke Chianti gebied wilden hun wijn beschermen tegen wat zij zagen als imitatie wijnen. Daarom verenigden zij zich in een wijn consortium met als symbool de zwarte haan. Ook werd toen de grens van Chianti Classico vastgelegd. Daarom vind je nu de DOC Chianti en de aparte DOCG Chianti Classico terug. De vraag naar Chianti werd groter wat zorgde voor overproductie en steeds slechtere kwaliteit. Chianti was een zure pizza wijn in een rieten mandfles. Het wijnhuis Antinori wilde kwaliteitverbetering aanbrengen in de Chianti streek en ging experimenteren met de malolactische gisting waarbij appelzuur wordt omgezet in melkzuur. De witte druiven werden vervangen voor Cabernet en de Tignanello was geboren. Echter waren witte druiven destijds nog verplicht waardoor Tignanello de laagste kwalificatie tafelwijn kreeg. 

Andere wijnhuizen raakten geïnspireerd door de rebelsheid van de Sassicaia en Tignanello stijlen en gingen ook Franse druiven toevoegen. Het succes van super tuscans heeft bijgedragen aan een verandering in Chianti. Chianti Classico kreeg vervolgens zelfs een eigen DOCG classificatie met bijhorende regels. De wijn moet voor minstens 80% uit sangiovese bestaan, het gebruik van witte druiven werd verboden en men mag voortaan voor 20% uit andere (bijvoorbeeld Franse) druivenrassen toevoegen. Een super tuscan als de Tignanello mag zichzelf daarom sindsdien een DOCG classificatie geven, maar het wijnhuis kiest liever voor de lagere IGT classificatie omdat dat tegenwoordig meer status geeft. En zo komt het dus voor dat je een paar honderd euro voor een laag gekwalificeerde maar toch fantastische wijn kan betalen en een overgekwalificeerde DOCG Chianti Classico het geld soms gewoon echt niet waard is. Een goede Chianti is een krachtige rode wijn. Naast tannine proef je veel karakteristieke zuren. Hoewel sangiovese hier de boventoon voert is het vaak een assemblage met canaiolo of cabernet sauvignon.

Even geen zin in rood?

Hoewel ruim 70% van de wijnen uit Toscane rood is, vind je er ook witte wijn. Veel komt van de trebbiano toscano maar is een slechte, saaie witte wijn als je het mij vraagt. Gelukkig is er één witte wijn met meer karakter te vinden in Toscane namelijk de DOCG San Gimignano. Gemaakt van de druif Vernaccia die groeit op de heuvels omtrent stadje San Gimignano (zie foto hierboven). De meeste wijnen zijn strak en fris. Er komen ook meer moderne witte wijnen uit de streek zoals viognier, chardonnay en sauvignon blanc. 

Ook zie je in Toscane veel Vin Santo: een zoete, goudgele dessertwijn. De druiven worden 3 tot 6 maanden ingedroogd en heel langzaam vergist om vervolgens in kleine houten vaten te rijpen. De vaten worden niet volledig gevuld zodat de wijn een beetje kan verdampen. Er komt steeds meer zuurstof bij de wijn waardoor die gaat oxideren en gaat lijken sherry of madeira. Het is door dit langdurige proces geen goedkope wijn maar je krijgt er een hoog alcoholpercentage (vaak 17% of meer) en veel smaak voor terug ;-)!

In deze blog over Toscane neem ik je mee op reis langs de wijnhuizen die ik bezocht heb en duik ik zelf in de oude én nieuwe wereld van Toscane 🙂 

Liefs,

Kirsten

Ps. Wil je voortaan op de hoogte blijven van alle nieuwe blogs? Meld je hieronder aan!

Op visite bij Moët & Chandon

Vorig jaar tijdens een wijnreis naar de Champagnestreek moesten er natuurlijk wat huizen worden bezocht. Ik schreef laatst al een blog over het bezoeken van deze geweldige streek. Een bezoek aan Moët & Chandon kon in mijn ogen niet ontbreken. Ja, we kennen deze champagne natuurlijk als over de top commercieel maar er gaat een enorme geschiedenis schuil achter de gouden flessen en (schreeuwerige) reclames. Daarnaast is een tour hier gewoon ontzettend indrukwekkend door de enorme gangenstelsels en de proeverij in het gouden proeflokaal. Lees meer over een bezoek aan Moët en Chandon champagne huis.

De wereld achter de commercials

Het champagnehuis Moët  & Chandon uit het dorpje Epernay bestaat al sinds 1743. Het huis is opgericht door Claude Moët. Dat was een wijnhandelaar uit een familie die al sinds de 14e eeuw in de champagne streek leefden. Het was Claude Moët die samen met Dom Pérignon de mogelijkheden van champagne wijnen ontdekte door het mengen en ontwikkelen van de inmiddels bekende blends van chardonnay, pinot meunier en pinot noir.  Dom Pérignon was een monnik van de Abdij van Hautvillers (eigendom van Moët & Chandon). Hij ontdekte nog een aantal andere elementen, die tot op de dag van vandaag verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van champagne. Zo ontdekte hij dat een snelle persing van rode druiven zorgde voor blank sap, het gebruiken van dikke glazen flessen die de druk van de bubbels aankonden  en het graven van kelders in de krijtbodems om de rijping op constante temperatuur te laten plaatsvinden.

Jarenlang is het een familie bedrijf geweest en in 1832 kwam schoonzoon Pierre Gabriel Chandon erbij. Toen veranderde de naam in Moët & Chandon. In 1962 werden de aandelen van het bedrijf op de beurs van Parijs verkocht wat resulteerde in een enorme uitbreiding in de jaren daarna.

Gangenstelsels en gouden proeflokalen

Moët & Chandon bezit zelf circa 600 hectare wijngaarden wat lang niet genoeg is voor alle vraag. Daarom wordt circa 75% van de druiven gekocht bij circa 1000 boeren in de streek. Dit geeft vaak veel garantie voor diversiteit en kwaliteit. 

In de kelders van Moët & Chandon liggen ruim 100 miljoen flessen te rijpen. Die vooraad wordt geschat op een waarde van 1,6 miljard!  Deze kelders zijn gegraven in de kalkrotsen onder het dorpje Épernay. Ze liggen tot wel 30 meter diep en zijn 28(!) kilometer lang. Tijdens een tour krijg je maar een klein stukje te zien maar genoeg om te beseffen hoe immens groot het is. 

Tijdens de tour wordt er van alles uitgelegd over het huis, de achtergrond en geschiedenis maar ook over de vinificatie van champagne. Aan het einde van de tour wordt je ontvangen in een over de top gouden proeflokaal. Je kunt hier in ieder geval goed zien waar al dat geld naar toe gaat. En dat is ook gewoon een hoop, aangezien er circa 30 miljoen flessen wereldwijd per jaar worden gekocht. 

We kregen de 2 basis champagnes om te proeven: De Moët Impérial  en Rosé Impérial. Geen karige glaasjes gelukkig.  Aansluitend kom je natuurlijk door de winkel en kun je vrijblijvend nog wa in slaan voor thuis. Deze ‘basic’ tour (want het kan nog veel gekker daar) kostte €25,- per persoon. Ook interesse in een bezoek aan Moët & Chandon Champagne? Meer informatie vind je hier.

Liefs,

Kirsten

Ps. Wil je voortaan op de hoogte blijven van alle nieuwe blogs? Meld je hieronder aan!

Champagne bezoeken & how it’s made

Champagne! What’s not to love? Bij ieder feestje of chique diner wordt wel een fles opengetrokken. Vaak als aperitief maar wist je dat champagne ook perfect te combineren is met verschillende gerechten? Ja, het is vaak best prijzig, zeker in de horeca. Die hogere prijs heeft echter ook een aantal logische oorzaken. Dat het de moeite waard is om te drinken wist je vast wel, maar het is ook een enorm leuk gebied om te bezoeken. Waar je moet zijn in het champagne gebied voor een wijnreis en uitleg lees je verderop!  Champagne gebied wijnreis tips.

De streek met al haar regels..

De Champagne streek ligt vrij noordelijk in oost Frankrijk bij de stad Reims. Het heeft een mild klimaat met een gemiddelde jaartemperatuur van 10 graden, winters die net niet té koud zijn voor wijnbouw en zomers met soms veel regen. Dat laatste vergroot de kans op rotting van de druiven, net als eventuele hagelbuien in het gebied. Positief is echter de bijzondere krijtbodem die de warmte goed kan vasthouden waardoor de druiven goed kunnen rijpen. 

Champagne wordt geproduceerd van 3 druivenrassen: de witte chardonnay en de blauwe pinot noir en pinot meunier. De chardonnay geeft vaak finesse en minerale aroma’s, pinot noir zorgt voor aroma’s van rood fruit en structuur/kracht en pinot meunier is een redelijk makkelijke druif met aroma’s van bloemen. Een blanc de blancs champagne wordt enkel gemaakt van de chardonnay druif maar je ziet ook veel blends. Dit ligt een beetje aan het subgebied waar de druiven groeien. Voor champagne is het heel belangrijk dat de kwaliteit constant is. Huizen / merken ontwikkelen daarom echt bepaalde smaaktypes die over de jaren heen hetzelfde moeten zijn, ongeacht de oogst. Een normale fles champagne is daarom altijd een assemblage (mix) van meerdere oogstjaren / basis wijnen. Om de huisstijl te bewaken worden er dus vaak oudere wijnen toegevoegd aan de nieuwe oogst. 

Het grootste deel van de druiven worden door de boeren verkocht aan grotere champagnehuizen die het onder hun merknaam op de markt brengen. De prijzen van die druiven worden jaarlijks vastgesteld door een comitée en gemiddeld kosten de beste druiven rond de 6 euro per kilo.. en dat terwijl er 1,5 kilo druiven nodig zijn voor één fles champagne. Er zijn daarnaast (bizar) veel regels vastgelegd waar een champagne aan moet voldoen. Zo mag een boer niet zelf bepalen wanneer hij gaat oogsten en moet iedere fles minstens 15 maanden in de kelder rijpen voordat ze verkocht mogen worden. Millésimé champagnes (uit één oogstjaar) zelfs 36 maanden. 

Champagne gebied wijnreis uitleg

Méthode champenoise

Champagne wordt niet zomaar een mousserende wijn en heeft een klassieke, traditionele methode van wijnbereiding. Het persen gebeurt bijzonder voorzichtig en uit 4000kg druiven mag maximaal 2550 liter druivenmost (sap) komen. De eerste 80% (cuvée) van het sap bij het persen is van de hoogste kwaliteit. Het sap wordt (afzonderlijk per druivenras) vergist in meestal RVS tanks en duurt 2-3 weken. Daarna wordt de wijn overgestoken op schone vaten of tanks om hem ‘op te voeden’. Aan de nog steeds stille wijn wordt uiteindelijk gist en suiker (Liqueur de Tirage) toegevoegd. De wijn wordt gebotteld en afgesloten met een kroonkurk. De flessen gaan naar de kelder en ondergaan daar een tweede vergisting die wel een paar maanden kan duren. Tijdens die vergisting van dus minimaal 15 maanden ontwikkelt zich koolzuurgas. Er ontstaat een gist bezinksel in de fles die er uit moet, zonder dat de bubbels verloren gaan. De flessen gaan in pupitres, schuinstaande rekken zoals op de foto hier boven. In 6 weken tijd zakt het bezinksel naar de fles. De flessen worden telkens een slag gedraaid en verticaler gezet (remuage). Zodra dat gist bezinksel goed is afgezakt naar de hals worden de flessen in een pekelbad gedompeld van -28 graden. De hals bevriest en door de druk schiet het gist bezinksel er na opening uit (dégorgement). Het beetje ruimte wat nu achterblijft wordt aangevuld met een Liqueur d’Expédition, een mengsel van rietsuiker en oude champagne. De hoeveelheid suiker bepaalt de dosage en of het dus bijvoorbeeld een brut of demi-sec variant wordt. Dan wordt de definitieve kurk met metaalfolie geplaatst en kan de champagne de deur uit. Deze speciale manier van vergisting zorgt dus dat de bubbels in de fles ontstaan, maar ook dat dat er van die bijzondere aroma’s als brioche of geroosterd brood in een champagne zitten.  

Reims, Epernay, Parijs

Vorig jaar september was ik zelf op bezoek in de champagnestreek. Net als toen ik de trip naar proseccovalley combineerden met Venetië was dit ook in Frankrijk een top combinatie. Eerst een weekend Parijs om vervolgens door te rijden naar de Champagne streek. We verbleven er in deze FAN-TAS-TISCHE AIRBNB die ik echt iedereen aan kan raden. Wat een droom. 

Reims is ook een erg leuke stad, een soort mini Parijs waar je nog goed kan winkelen én eten. Maar de echte champagnehuizen ga je toch wel opzoeken in de omgeving van Epernay. Naast dat wij bij Moët & Chandon op visite mochten, bezochten we ook het huis van Dom Caudron. Een kleinschalig huis waar we door de eigenaar zelf werden ontvangen. We waren er tijdens de oogst (tip want dan heb je pas echt de full package experience) en hebben tour gehad door de wijngaarden, zagen de eerste persing in een traditionele perser en later de kleinschalige fabriek waar het echte werk gebeurt.  

 

Hopelijk ben je net als ik enthousiast over het champagne gebied en een wijnreis hier naar toe! Lees ook eens mijn blog over een bezoek aan Moët en Chandon.

Liefs,

Kirsten

Proosten met Prosecco

Alweer 2 jaar terug rond deze tijd maakte ik een tour door de streek Veneto in Italië. Het ligt in de gemeente Treviso op circa 50km vanaf Venetië en is de 3e grootste streek van Italië. Hier komt circa 10% van alle Italiaanse wijn vandaan. Het gebied heeft veel bekendheid door de Valpolicella, maar die streek verdiend (en krijgt) een blog apart. Daar komt namelijk één van mijn lievelingswijnen  (Amarone) vandaan.

Wij reden de route Venetië, Verona, Valpolicella en Prosecco valley. Echt een dikke tip om dit te combineren met elkaar want de reisafstanden zijn goed te doen. Ik vind het altijd leuk om tijdens een reis een combinatie te maken van citytrips en country (of beach) life. Deze roadtrip heeft dat beide, zo kun je in Verona echt fantastisch winkelen, moet je Venetië natuurlijk een keer gezien hebben in je leven maar ben je gek als je niet even langs Valpolicella en Prosecco valley rijdt.

 

Prosecco, de goedkope champagne?

De populaire mousserende wijn Prosecco wordt vaak gezien als een goedkope bubbelwijn. Eigenlijk is dat niet helemaal terecht want er is natuurlijk ook hier kwaliteit te vinden. Om wat aan dat imago te doen is er de laatste jaren veel gebeurd. Oorspronkelijk komt Prosecco uit een klein, heuvelachtig gebied bij de plaatsjes Valdobbiadene en Conegliano. Deze herkomst en naam is alleen niet altijd goed genoeg beschermd geweest. Zo mocht voorheen iedere mousserende wijn (ook buiten Italië) het label Prosecco krijgen.

Toen Prosecco steeds bekender en een massaproduct werd, moest daar iets aan gebeuren. De wijnproducenten besloten dat échte Prosecco voortaan  vernoemd werd naar de plaats van herkomst en niet meer naar de druif (die ook Prosecco heette). Glera was een synoniem voor de benaming van het druivenras en voortaan moest Prosecco verplicht van minstens 85% Glera druiven worden gemaakt en wordt dan aangevuld met o.a. chardonnay. Prosecco mag dus alleen in de regio Veneto (en Friuli) worden geproduceerd. Natuurlijk kan iedereen nog de Glera druif aanplanten, maar verkopen onder de naam Prosecco mag dan niet meer. Behalve in Australië, want daar zijn een aantal producten er in geslaagd de naam Prosecco te verdedigen én behouden.

Echte Prosecco wordt gemaakt met de methode charmat, waarbij de tweede gisting plaatsvindt in grote afgesloten tanks (in plaats van op de fles, zoals bij champagne). Er wordt gist en suiker toegevoegd om de fermentatie op gang te brengen en het koolzuur dat bij de gisting ontstaat, lost op in de wijn. Deze methode is goedkoper dan de traditionele methode die ze in de champagnestreek gebruiken. Naast dat die methode sowieso al een compleet ander smaaktype mee geeft (gist) wordt champagne dus ook van andere druiven en natuurlijk in een ander klimaat en terroir gemaakt. Dus nee, Prosecco is niet de goedkope champagne variant. Wel zie je steeds meer wijnhuizen die ook experimenteren met de traditionele methode, om nog meer kwaliteit te kunnen leveren. Die moet ik echt snel is proeven.

Zin om te proberen?

De meeste Prosecco’s zijn droog, hebben geen heel hoog alcohol percentage en een gemiddelde zuurraad. Een goede Prosecco herken je aan de fruitige geur met aroma’s van peer, galia meloen  en groene appels. Je serveert hem het liefst ijskoud (3-7 °C) en is lekker te combineren met een plank vol antipasti (vleeswaren, zoutjes etc.) Prosecco zie je het meest in de spumante  variant: mousserend, grove bubbel. De frizzante is licht bruisend en vaak ook ietsje zoeter. Er is nog een 3e variant die weinig voorkomt, tranquillo zonder bubbels.

Mocht je nou ook die trip naar Prosecco willen maken dan kan ik een verblijf bij Ducca di Dolle Relais echt aanraden. Een prachtige bed & breakfast midden in de wijnvelden, precies tussen Valdobiadenne en Conegliano in. Er zijn kamers en appartementen en vanuit het zwembad kijk je uit over de heuvels. En ja ze maken er zelf ook diverse DOCG Prosecco’s! Goed en traditioneel eten doe je daar bij Ristorante da Andreetta (wederom met fantastisch uitzicht) of Osteria a la Becasse. Wat een feestje!

In de Veneto streek wordt overigens ook de witte Soave wijn gemaakt. Nadien van Le Club des Vins schreef er laatst een blog over.

Liefs,

Kirsten