Toscane – Oude én nieuwe wereld

Heeft Toscane– wat mij betreft hét Italiaanse wijnwalhalla überhaupt een introductie nodig? Het glooiende landschap met alle kleine dorpjes, kastelen, wijnhuizen en enorme wijngaarden blijkt een fantastisch gebied te zijn voor het maken van (kwaliteits)wijn. Er komen 11 wijnen uit de hoogste DOCG classificatie en 39 DOC’s. Totaal is het gebied goed voor ruim 660/k hectoliter wijnopbrengst per jaar. In deze blog neem ik je mee in de achtergrond van de oude- en nieuwe wereld in Toscane.

Sangiovese: de koning van Toscane

Ruim 70% van de Toscaanse wijnen is rood en wordt gemaakt van het meest aangeplante blauwe druivenras in Italië: de Sangiovese. En precies in dat mooie Toscane heeft die druif het onwijs naar zijn zin door onder andere het leisteen en kalksteen waar de druiven het zo goed op doen. De druif is meerdere keren gekloond en daarom wordt bijvoorbeeld de Chianti Classico van een andere variant gemaakt dan de Brunello. Typische aroma’s die je uit een sangiovese wijn kunt halen zijn kers, zoete balsamico en oregano. Ook vind je er soms wat koffie en gestoofde tomaat in terug. 

 

Super Tuscans

Lange tijd heeft Toscane bekend gestaan om eenvoudige en goedkope wijnen. Twee wijnhuizen in de streek besloten het echter over een andere boeg te gooien door te experimenteren met andere druivenrassen. De eisen voor het maken van Toscaanse wijnen zijn strikt waardoor enkele wijnmakers graag andere wijnen gingen maken. Dit heeft er voor gezorgd dat de Toscaanse wijnen een nieuw imago kregen en de wijnbouw een flinke impuls kreeg. Echter om dat soort experimenten uit te kunnen voeren moesten de wijnmakers wel genoegen nemen met een lage IGP classificatie. Dat geeft echter veel vrijheid en dat kun je duidelijk merken aan de wijnen. Er wordt namelijk veel gebruik gemaakt van Franse druivenrassen als merlot, cabernet sauvignon, cabernet franc en syrah.

Speciale vermelding in deze ontwikkeling verdient de naam Sassicaia. Deze wijn heeft een grote invloed gehad op de kwaliteitsontwikkeling van Toscane. De eigenaar van het landgoed Tenuta San Guido was toen al een groot bordeaux liefhebber en besloot in 1944 de wijngaard Sassicaia aan te planten met de cabernet druif. Het heeft een kleine 25 jaar gekost om er een top wijn van te maken maar toen hij eenmaal ontdekt was ontstond er een ware revolutie in Toscane. Ooit werd de wijn geclassificeerd in de laagste ranking (Vino da Tavola) maar sinds 1994 is het een DOC wijn.

Sassicaia was (en is nog steeds) een innovatieve wijn voor Italië. In Toscane overheerste altijd en overal de sangiovese druif, wat vaak ook verplicht is bij de DOC(G) classificatie. Ook ging Sassicaia experimenteren met een lagere opbrengst druiventrossen, iets wat veel wijnboeren niet begrepen. Hoe meer trossen, hoe meer opbrengst was het credo. Niet rekening houdend met de complexiteit die kan ontstaan als je er voor kiest om minder druiven te laten groeien. Daarnaast was men gewend grote Slavonische eikenhouten vaten gebruiken in plaats van bariques (frans eikenhout). In een super tuscan proef je vaak naast de bekende kersensmaak ook leer, vanille en mokka. 

Het oude hart: Chianti Classico en Chianti

Lange tijd werd chianti alleen van sangiovese druiven gemaakt. De wijn was echter vaak erg zuur en had (te) veel tannine. Wijnmaker Ricasoli begon met experimenteren met blends waar zelfs witte druiven werden gebruikt in rode wijn. Hierdoor werd de wijn lichter en gemakkelijker drinkbaar. Ook introduceerde ze de governo methode waarbij een tweede gisting plaatsvind om zoete ingedroogde druiven aan jonge wijn toe te voegen. Ook dit maakte chianti’s zachter en jonger drinkbaar. 

De producenten van het oorspronkelijke Chianti gebied wilden hun wijn beschermen tegen wat zij zagen als imitatie wijnen. Daarom verenigden zij zich in een wijn consortium met als symbool de zwarte haan. Ook werd toen de grens van Chianti Classico vastgelegd. Daarom vind je nu de DOC Chianti en de aparte DOCG Chianti Classico terug. De vraag naar Chianti werd groter wat zorgde voor overproductie en steeds slechtere kwaliteit. Chianti was een zure pizza wijn in een rieten mandfles. Het wijnhuis Antinori wilde kwaliteitverbetering aanbrengen in de Chianti streek en ging experimenteren met de malolactische gisting waarbij appelzuur wordt omgezet in melkzuur. De witte druiven werden vervangen voor Cabernet en de Tignanello was geboren. Echter waren witte druiven destijds nog verplicht waardoor Tignanello de laagste kwalificatie tafelwijn kreeg. 

Andere wijnhuizen raakten geïnspireerd door de rebelsheid van de Sassicaia en Tignanello stijlen en gingen ook Franse druiven toevoegen. Het succes van super tuscans heeft bijgedragen aan een verandering in Chianti. Chianti Classico kreeg vervolgens zelfs een eigen DOCG classificatie met bijhorende regels. De wijn moet voor minstens 80% uit sangiovese bestaan, het gebruik van witte druiven werd verboden en men mag voortaan voor 20% uit andere (bijvoorbeeld Franse) druivenrassen toevoegen. Een super tuscan als de Tignanello mag zichzelf daarom sindsdien een DOCG classificatie geven, maar het wijnhuis kiest liever voor de lagere IGT classificatie omdat dat tegenwoordig meer status geeft. En zo komt het dus voor dat je een paar honderd euro voor een laag gekwalificeerde maar toch fantastische wijn kan betalen en een overgekwalificeerde DOCG Chianti Classico het geld soms gewoon echt niet waard is. Een goede Chianti is een krachtige rode wijn. Naast tannine proef je veel karakteristieke zuren. Hoewel sangiovese hier de boventoon voert is het vaak een assemblage met canaiolo of cabernet sauvignon.

Even geen zin in rood?

Hoewel ruim 70% van de wijnen uit Toscane rood is, vind je er ook witte wijn. Veel komt van de trebbiano toscano maar is een slechte, saaie witte wijn als je het mij vraagt. Gelukkig is er één witte wijn met meer karakter te vinden in Toscane namelijk de DOCG San Gimignano. Gemaakt van de druif Vernaccia die groeit op de heuvels omtrent stadje San Gimignano (zie foto hierboven). De meeste wijnen zijn strak en fris. Er komen ook meer moderne witte wijnen uit de streek zoals viognier, chardonnay en sauvignon blanc. 

Ook zie je in Toscane veel Vin Santo: een zoete, goudgele dessertwijn. De druiven worden 3 tot 6 maanden ingedroogd en heel langzaam vergist om vervolgens in kleine houten vaten te rijpen. De vaten worden niet volledig gevuld zodat de wijn een beetje kan verdampen. Er komt steeds meer zuurstof bij de wijn waardoor die gaat oxideren en gaat lijken sherry of madeira. Het is door dit langdurige proces geen goedkope wijn maar je krijgt er een hoog alcoholpercentage (vaak 17% of meer) en veel smaak voor terug ;-)!

In deze blog over Toscane neem ik je mee op reis langs de wijnhuizen die ik bezocht heb en duik ik zelf in de oude én nieuwe wereld van Toscane 🙂 

Liefs,

Kirsten

Ps. Wil je voortaan op de hoogte blijven van alle nieuwe blogs? Meld je hieronder aan!